De konijnenoren flapperen ervan

Hij belt me een dag voordat ze aankomen. Of ze misschien eerder dan drie uur ’s middags welkom zijn. Ik check de agenda. “Helaas, we hebben die dag ook vertrekkende gasten en ik heb een paar uur nodig voor de schoonmaak. U kunt wel alvast uw bagage brengen als u dat wilt en dan naar Middelburg of het strand gaan.”
“Prima idee” zegt hij.

Ze zijn er vroeg bij

Op de wisseldag ben ik nog maar net begonnen aan de schoonmaak als ik het grind hoor knerpen. Ik loop naar de voordeur en zie een auto de parkeerplaats opdraaien. “We zijn echt veel te vroeg, hoor!” zegt de man die uitstapt. Twee jongetjes komen als een duveltje uit een doosje uit de auto gesprongen, nieuwsgierig naar hun vakantiehuis. “Mogen we alvast binnenkijken?” vraagt de jongste. Nummer drie blijft in de auto. Ik laat alvast het huis zien en ze zijn erg enthousiast.


“Dit is precies een vakantiehuis zoals wij dat leuk vinden” zegt de vrouw. Zij en haar man vragen van alles over deze plek en hoe wij hier terecht zijn gekomen. Dan moet de jongste zoon plassen. Ik wijs hem het toilet en hij zegt stralend dat de bril omhoog moet, omdat hij staand mag plassen. “Dat moet je dan maar even samen met je papa doen” zeg ik, terwijl ik mijn lachen nauwelijks kan inhouden.

Met ons mee naar huis
Later in de week komen twee van de drie zoons nog even eitjes halen. De eerste tien die voor ze klaarstonden bij aankomst zijn blijkbaar al op. En ze hebben een prangende vraag over het knuffelkonijntje dat op het kinderbed staat. De jongste zwaait ermee, de konijnenoren flapperen ervan. “Waar hebben jullie deze gekocht? Wij vinden hem zo lief!” Ik vertel dat het geen Zeeuws maar een Rotterdams konijntje is. Dat we hem gekocht hebben in Blijdorp toen onze eigen kinderen nog klein waren. “En nu is hij voor de vakantiekinderen om mee te spelen als ze hier zijn” leg ik uit. De jongste durft de vraag te stellen: “Mag hij misschien met ons mee als we weer naar huis gaan?” Daar moet ik even over nadenken. “Weet je wat? Ik ga voor je zoeken, we hadden er namelijk twee. Als ik de andere kan vinden, mag deze met jullie mee naar huis.”

Misschien twee uur later staat hij alweer voor de deur om te vragen of ik al gezocht heb. Ja, ik heb gezocht en nee, het tweede konijntje is er niet meer. Maar mijn dochter heeft besloten afstand te doen van haar konijntje en zo kan ik hem toch blij maken. Hij is te bedremmeld om dank je wel te zeggen en rent als een speer terug naar het vakantiehuis.

Tekeningen
Aan het einde van de middag staan ze weer voor de deur, allebei met een tekening voor hun buik. “Voor u!” Een uitleg volgt. Over hoe fijn het vakantiehuis is en hoe lief dat het konijntje mee naar huis mag. Ik ontdek een poppetje op de tekening van de jongste en vraag of hij dat zelf is. “Nee, dat bent u!” “Oh, maar ik ben toch veel groter?’ vraag ik. Hij kijkt me even aan en zegt dan beslist: “Ja, maar dat is zo groot dat het niet op de tekening past!” Ik ga ze ophangen, beloof ik.
En dat heb ik gedaan. Als ik nu door de bijkeuken loop, zie ik bloemetjes, lachende zonnen, een konijntje, een poppetje en met hanenpoten ‘dank je wel!’ Een mens heeft weinig meer nodig om gelukkig te zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *